Wijziging Wet op de Dierproeven van kracht

19 december 2014

De gewijzigde Wet op de dierproeven is op18 december 2014 in werking getreden. De Federa brengt u in een kortschrift op de hoogte van de belangrijkste wijzigingen.

De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) hield op 15 december een voorlichtingsbijeenkomst voor instellingsvergunninghouders. Eind januari volgen enkele voorlichtingsbijeenkomsten voor projectleiders.

Toestemming voor dierproeven

Voor nieuwe projecten (zonder positief Dierexperimentencommissie (DEC)-advies) is vanaf 18 december 2014 een projectvergunning vereist. De aanvraagprocedure wordt momenteel gebruiksklaar gemaakt. De wettelijke termijn voor een besluit is 40 werkdagen, met de mogelijkheid om deze met 15 dagen te verlengen vanwege de complexiteit van een project. Projectvergunningen gaan verleend worden door de Centrale Commissie Dierproeven (CCD, een nieuwe ZBO), op advies van een erkende DEC. Zowel voor nieuwe aanvragen als latere wijzigingen zijn leges verschuldigd.

In januari wordt tijdelijk het loket opengezet voor aanvragen met gebruikmaking van het ‘oude’ aanvraagformulier van de DEC. Daar moeten een Niet-Technische Samenvatting en een DEC-advies nieuwe stijl worden bijgeleverd. Gezien de veelvormigheid van de DEC-formulieren oude stijl en het vereiste detailniveau wordt het gebruik van oude formulieren ten sterkste ontraden. Indien een aanvrager van deze regeling gebruik wenst te maken verdient het aanbeveling om daartoe het formulier nieuwe stijl in te vullen (dit mag in het Nederlands of in het Engels).

Bedenk dat hetgeen wordt ingediend open is voor openbaarmaking (o.g.v. de Wob, de Wet openbaarheid van bestuur), bezwaar en beroep. Dat betekent dat zowel aanvrager als DEC degelijke stukken dienen te produceren. Het kan raadzaam zijn om de communicatieafdeling van de instelling te betrekken bij het opstellen van de Niet-Technische Samenvatting. Het nieuwe formulier is te vinden op www.zbo-ccd.nl.

DEC-adviezen die vóór 18 december 2014 werden gegeven blijven geldig tot 1-1-2018. Amendering van dergelijke onderzoeksplannen moet worden voorgelegd aan de Instantie voor dierenwelzijn (IvD) die bepaalt of er moet worden voorgelegd aan de DEC. In tegenstelling tot hetgeen in de nieuwsbrief staat behoeven dergelijke wijzigingen NIET langs de CCD te worden geleid, want de DEC die eerder het advies gaf mag ook de wijziging afhandelen. Bij aanzienlijke wijzigingen ligt het aanvragen van een nieuwe projectvergunningaanvraag meer in de rede.

Instantie voor dierenwelzijn (IvD)

Iedere instelling moet een Instantie voor dierenwelzijn instellen (ultimo 1 april 2015). Tot die datum kunnen taken worden waargenomen door de proefdierdeskundige (die in de gewijzigde wet niet meer als zodanig terugkomt – het takenpakket en een aantal nieuwe elementen liggen nu bij de IvD). De IvD zal ook het eerste aanspreekpunt worden voor het overheidstoezicht (op naleving). De IvD moet ten minste bestaan uit de persoon/personen belast met intern toezicht op dieren en een wetenschapper. De aangewezen dierenarts moet verbonden zijn aan de IvD en mag ook zitting hebben in de IvD. Overigens dienen samenstelling, omvang en werkwijze passend te zijn bij het werkprogramma van de instelling.

Dierexperimentencommissie

De erkenningsstatus van de DECs loopt aanvankelijk door, maar binnenkort zal de CCD communiceren aan welke nieuwe eisen voldaan moet worden. Een nieuw reglement en nieuwe bemensing (meer ‘externe’ leden en meer wetenschappers dan voorheen) moeten ultimo 1 mei 2015 aan de CCD worden voorgelegd. De erkenningsbesluiten worden genomen voor 1 juli 2015.

Meer dieren beschermd – meer dierproeven

Verder bevat de nieuwe wet wijzigingen van de definitie dierproef (meer dierlijke levensvormen, bijzondere voorschriften voor de fenotypering van nieuwe GM-knaagdieren). Dit zal, bij vergelijkbare omvang van werkprogramma’s, leiden tot een stijging van het aantal dierproeven.

Wijzigingswet Wet op de Dierproeven 2014.  Wetstekst op wetten.overheid.nl

 

Nieuws
Dierproeven
Go to top