Uitdagingen in onderzoek met dierproeven

31 mei 2017

de implementatie van de EU-richtlijn 2010/63

 De ambities van de richtlijn zijn: betere bescherming van proefdieren, actief 3V-beleid, meer transparantie en een gelijk speelveld binnen Europa.

De implementatie van de richtlijn door de lidstaten is complex. Op vrijdag 16 juni, de FederaDag, zullen twee experts de ambities van richtlijn doorlichten, en de rol ervan in de voortgang van biomedisch onderzoek.

Susanna Louhimies (EU Commissie, Brussel) spreekt over de EU-richtlijn en de review ervan, en Martje Fentener van Vlissingen (Erasmus MC, Rotterdam) zal de situatie in Nederland bespreken.

Achtergrond richtlijn 2010/63/EU

Onderzoeken in de levenswetenschappen brengen dierproeven met zich mee. Leidend voor een verantwoord gebruik zijn de principes van de 3V-alternatieven: Vervanging, Vermindering en Verfijning. Europa heeft per richtlijn (2010/63) zeer ambitieuze regelgeving neergelegd, die door de lidstaten in hun nationale regelgeving moest worden geïmplementeerd.

De Europese Commissie moet nu al (in 2017, dus 4 jaar na de invoering in de lidstaten), de implementatie van de richtlijn, en de richtlijn zelf evalueren. Dat zal laten zien dat proefdieren in Europa goed beschermd wordn, maar zal ook aanleiding geven tot kritische noten.

De situatie in Nederland

In Nederland heeft het ministerie van VWS ervoor gekozen om de bestaande wet aan te passen, hetgeen heeft geleid tot een indeling die sterk afwijkt van de richtlijn en ook moeilijk te doorgronden is. Daarna is de regelgeving overgegaan naar het ministerie van EZ, en uiteindelijk was de nieuwe wet eind 2014 een feit (2 jaar te laat). Daarbij zijn nieuwe gremia ingesteld en zoekt iedereen zijn weg in het nieuwe stelsel.

Complete programma FederaDag Experiments on humans and animals

Nieuws
Federadag
Go to top